| Gardiner zet het mes in Bach Begin juni 2005 stond de wereld even een moment stil bij Johann Sebastian Bach (JSB). Een aan het Bach Archiv Leipzig verbonden musicoloog ontdekte in de archieven van de Herzogin Anna-Amalia bibliotheek van Weimar een onbekend manuscript van JSB. Het bleek te gaan om een verjaardagwens bestemd voor de 52e geboortedag van JSBšs toenmalige broodheer hertog Wilhelm Ernst von Saksen-Weimar. De felicitatie verpakt in de vorm van een zogenoemde Strophenarie, het op muziek gezette uit twaalf verzen bestaande gedicht Alles mit Gott und nichts ohnš ihn van de theoloog Johann Anton Mylius, moet ergens in de oktobermaand van 1713 voor het voetlicht zijn gebracht met de toen 28-jarige JSB aan het klavecimbel. Begeleid door een clubje strijkers zong een sopraan de vorst toe. Geloof maar dat de door instrumentale ritornelli afgewisselde lofzang in de smaak viel bij de vorst. Toen JSB een aantal jaren later wilde vertrekken uit Weimar sloot de hertog hem aanvankelijk een tijdje op om dit te voorkomen. Ik bedoel maar, als de verjaarsmuziek van een paar jaar eerder hem had verveeld had hij JSB waarschijnlijk prompt zonder oprotpremie de laan uitgestuurd. |
|
De Hoge Heren van het Bach Archiv Leipzig besloten de eerste her-uitvoering van het werk uit te besteden aan de gouden Bachmedaille-winnaar Sir John Eliot Gardiner (JEG). Die vroeg zich eerder in een radio-interview hardop af hoeveel van de twaalf verzen de luisteraar vandaag de dag nog zou kunnen verdragen. Nou dat weten we nu, slechts drie. Op zijn eigen label Soli Deo Gloria heeft JEG gezorgd voor een gehandicapte cd-premičre van de verjaarsdagsode. De sopraan Elin Manahan Thomas is er te horen in drie van de twaalf verzen. Voor de begeleiding en ritornelli zorgen twee violen, een altviool en cello, en ook nog een orgeltje. Over de uitvoering kan ik kort zijn: Alles mit Gott aber gerne ohnš JEG. Zelden heb ik muziek van JSB door professionele muziekbeoefenaars zo stijf horen vertolken. Onder het motto 'hier-is-zelfs-drie-teveel' is het wat mij betreft graag wachten op een vertolking onder supervisie van iemand die de vreugde van JSB's muziek wel naar waarde weet te schatten. Omdat mijn mening er ook maar een is schotel ik u via itunes en/of Quicktime de openingsminuut voor van de opname in kwestie. Opdat u uw eigen oordeel kunt vellen. Leest u ook: Bach Archiv Leipzig gunt nieuw ontdekte compositie van J.S. Bach aan arrogante Engelse Lord (I). Via die pagina is ook het aangehaalde interview van Sir JEG te beluisteren. Kees Koudstaal ©prelude 17 september 2005 | ![]() |
| Ook Ton Koopman hanteert het fileermes Recensent Thiemo Wind schrijft in de Telegraaf (19-09-2005) over de 'nieuwste aria van Bach'. Hij noemt Alles mit Gott und nichts ohn' ihn een 'gelegenheidswerkje' dat maar 12 minuten en twintig (= tien) seconden duurt. Wind maakt in zijn recensie geen melding van Gardiners inkorting. Wel tekent hij aan dat er nogal houterig wordt gemusiceerd. Dat dan weer wel. Op voorhand voorspelt hij dat er in de opname die Ton Koopman kortgeleden van het werk maakte meer muziek zal zitten. Wat dat betreft moet Wind van een koude kermis thuiskomen. Ook Koopman komt namelijk met een sterk ingekorte versie van de strofearia op de markt. Hij houdt het op vier coupletten. Het bevreemdt me dat iemand als Koopman een complete versie van dit werk van Bach net als Gardiner kennelijk te veel van het goede vindt, temeer daar hij zijn eredoctoraat in de Godgeleerdheid aan de componist zelf heeft te danken. Dat Gardiner en Koopman voor Bachliefhebbers menen te moeten bepalen dat twaalf teveel is, vind ik getuigen van arrogantie. De betreffende compositie is uniek in het oeuvre van Bach, hij componeerde geen andere strofearia. Ik weet dat de vergelijking mank gaat, maar zal de kunstwereld het accepteren als van een nieuw ontdekt doek van Vermeer een deel wordt afgeknipt omdat kunsthistorici vinden dat het publiek de hele voorstelling niet zal waarderen? Bach beschikte kennelijk over een vermogen dat Gardiner en Koopman moeten ontberen. Hij wist de ogenschijnlijk eenduidige muziek met zoveel variatie en improvisatie voor het voetlicht te brengen dat er van vermeende eentonigheid geen sprake was. Toen Bach een paar jaar later Weimar wilde verlaten om zijn heil elders te zoeken sloot de hertog hem op in het gevang om de componist op andere gedachten brengen. Het valt niet aan te nemen dat dit als straf gold voor een paar jaar eerder door de componist geleverde wanprestatie. Om Bachs strofearia in volle omvang te horen konden Bachliefhebbers op zaterdag 24 september 2005 terecht bij een amateur-ensemble in de Dom van Utrecht. Een week later is/was het de beurt aan de sopraan Claron McFadden en 'pianist-clavecinist' Polo de Haas, voornamelijk bekend van Duivelsdansen van Simeon Ten Holt, in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Ondertussen is het wachten op een geïnspireerd Bach-interpreet die het aandurft het werk wel integraal vast te leggen op cd. Als liefhebber van het werk van Johann Sebastian Bach kijk ik daar naar uit. Kees Koudstaal ©prelude 27 september 2005 Zie ook: Ingezonden schrijven muziektijdschrift Luister |